Lieve Mamita

Terra Nova, woensdagochtend 10.45 uur

Lieve Mamita,

Een zachte zon, kabbelend water, palmbomen omringd door oranje gele bloemen op lange stelen. In de verte hoor ik het hoefgetrappel van de wilde paarden, het gesnuif waarmee ze elkaar vertellen over de avond en de nacht. Op de heuvel zie ik het bruine paard. Hij zwaait met zijn hoofd omhoog en omlaag alsof hij bevestiging zoekt.

Kun je mij vertellen wat hij precies bedoelt? Jij spreekt hun taal. Jij, ooit het kleine meisje dat in de stal tussen de benen van de paarden speelde. Je grote vrienden vertelden jou over het zware werk dat ze mochten doen van je vader. Het trekken van de wagen als er weer een vracht groente en fruit gebracht moest worden naar de markt in Goes. En na de oorlog, in de crisistijd, verhuisden zij wekelijks de meubels, bedden en keukenspullen van de arme boeren naar een van de kleine huisjes onder aan de dijk.

Nu lig je in bed. Een vreemd bed. Een hard matras. Stugge lakens. De gordijnen gesloten. De zon waar je zo van houdt wordt er buiten gesloten. Toch denk je dat je in Spanje bent. Heb je gedroomd? Ben je na de operatie in een andere wereld wakker geworden? Terug in de tijd gegaan? Of juist vooruit, op weg naar je laatste bestemming?

Als je probeert rechtop te gaan zitten zie ik hoe je de pijn verbijt. Je mond wordt een streep. Je ogen vragen; ‘Help mij. Houd mij vast.
Ik vertel je dat de linkerkant van je lijf gekneusd is en dat je elleboog op drie plaatsen gebroken is, je heup gescheurd.
‘Ik wil je helpen, mamita, maar ik weet niet hoe.’

‘Hoe kom ik hier?’
‘Ik wil naar huis.’
‘Waar zijn mijn kleren?’
‘Waar is mijn tas?’
‘Mijn portemonnai? Die verstop ik thuis in mijn kussensloop.’
‘Waarom lig ik hier?’
‘Van wie is deze lelijke pyama?’
‘Ik wil naar huis.’

Je ogen zoeken mij. ‘Wanneer ga je op vakantie?’
‘Morgen mamita. Maar alleen als jij je wat beter voelt.’

‘Waar ga je naar toe?’
‘Zuid-Frankrijk. Schrijven.’

‘In een hotel?’
‘Hoe lang?’

‘Volgende week zijn we terug.’

‘Wanneer ga je op vakantie?’

Het gesprek begint opnieuw. Dezelfde vragen en antwoorden gaan als mantras door de kamer.

Een paar weken geleden belde je mij.
‘ik heb je al zo lang niet gezien. Wanneer kom je weer naar Zeeland?’
Mijn stem weigert. Wat moet ik zeggen? Dat ik je de dag ervoor nog gezien heb?
‘Mamita, we zitten 10 dagen in een huisje op het strand. Ik schrijf hier mijn boek.’

‘Wanneer ga je terug naar Amsterdam?’
Mijn maag krimpt. Mijn adem stokt en gaat omhoog naar mijn keel.
Wat moet ik zeggen? Moet ik iets zeggen?
In mijn hoofd gaan gedachten over wat nu verstandig is om te antwoorden aan de haal met de waarheid.
‘We blijven hier 10 dagen.’

‘Hoe is het in Amsterdam? Denk je nog wel eens aan verhuizen? Nee, he. Zeeland is te klein voor jou. Wat heb je hier nog te zoeken? En al je vrienden in de stad achterlaten. Dat kan toch niet.’

Ik wil je vertellen dat ik drie kilometer verderop woon. Dat ik al 15 jaar niet meer in Amsterdam woon. In de tussentijd vele keren verhuisde.

‘Wat schrijf je?’

‘Een roman.’

‘Waar over?’

‘Voorouders.’

‘Toch niet over mij?’

‘Hebben jullie al vakantie?’

Ik voel hoe ik verdwijn uit de dochterrol en gedwongen word de moeder te worden van mijn moeder.

‘Spanje is mooi.’

‘Het hotel hier is goed. Het eten lekker.’
Vanmiddag brachten ze mij aardappels, vlees met jus, snijboontjes. Het toetje heb ik laten staan.’

‘Waarom heb ik zoveel pijn? Wat is er gebeurd?’

‘Je bent gevallen.’

‘Echt waar.’

‘Waar is mijn tas. En mijn portemonnai?’

‘Ga je weg?’
‘Ik wil ook naar huis. Pak je mijn kleren uit de kast. En mijn schoenen.’

‘Waarom heb ik geen schoenen aan?’

Lieve Mamita. Het is nu middag in Katharenland. De zon kleurt de weide helder groen. Haar kracht is zo sterk dat het gras verdroogt tot hooi. Het ruikt hier in Terra Nova naar een zomer aan de Groenedijk. De dijk waar jij geboren bent.
Een zinderende lucht, zoemende insecten, een bromvlieg op mijn hand, een knalgele vlinder, kamille en lavendel. De grazende paarden bovenop de heuvel. Ik mis je. Ik mis je. En knijp mijn ogen dicht om de tranen terug te dringen. Het voelt zo oneerlijk.

Mijn mamita waarmee ik gesprekken voerde over het leven. Jij begreep mij als geen ander toen de dood dichtbij kwam. We deelden onze leeshonger, spraken over de boeken die je las. Je houdt van Hugo Claus. Keer op keer lees je zijn toneelstukken, zijn boeken, ‘het verdriet van Belgie’. Je begreep zijn keuze. De keuze om te vertrekken uit het leven zodra hij niet meer kon lezen schrijven, lezen en schrijven. Omringd door zijn geliefden nam hij afscheid met een glas rode wijn.

Je vraagt mij of ik jou ook wil helpen als het zover is.

‘Wat bedoel je?’ Waar ligt voor jou de grens?’

‘Als ik niet meer kan lezen, schrijven, denken, herkennen, herinneren. Geef mij dan een pil.’

Het is te laat. Er is geen vandaag en geen morgen.

2 Responses to Lieve Mamita

  1. ben erg onder de indruk van dit verhaal.
    ik ben een collega van greet en heb van greet het een en ander gehoord van je moeder, ook dat je moeder nu op woning 24 opgenomen is. daar heb ik ook 3 maanden gerevalideerd.
    ik wens je moeder alle goeds en jullie als kinderen sterkte met de begeleiding van jullie moeder.mijn man en ik hebben 12 jaar geleden hetzelfde meegemaakt met mijn schoonmoeder.ik kan mij een beetje voorstellen hoe jullie je voelen.

schrijf een reactie