Mengen, mixen, kneden

Schrijven, ik doe niets liever. Ochtendwoorden, siëstazinnen, verhaaltjes voor het slapen gaan. Als een kok kluts ik fantasie en realiteit tot een nieuwe werkelijkheid. Misschien kun je het leugens noemen of zijn het sprookjes?

Ik heb lang gedacht dat het leven een verhaal was, een sprookje waarin iedere dag leuke, spannende, avontuurlijke dingen te gebeuren stonden. En als het niet vanzelf ging dan creëerde je het toch zelf?

Toen ik klein was vond ik een erwtje op de stoep en stak het in mijn linker neusgat. Door de aanraking met snot begon niet alleen het erwtje te groeien maar ook mijn neus. Binnen een minuut zat ik achterop de fiets bij mijn moeder naar de dokter. Hij pulkte met een zilverkleurig tangetje het groene ding eruit.

Dit is ooit echt gebeurd maar als ik het opschrijf of vertel lijkt het fantasie.

Of de ochtend dat ik als driejarige uren verlekkerd stond te kijken voor de winkelruit naar de toverballen in allerlei kleurtjes. Het kwijl liep langs mijn kin en drupte zo mijn witte jurkje in. Een vrouw tikte op mijn schouder.

‘Op wie wacht jij, meisje?

Ben je je moeder kwijt?

Waar moet je naar toe?’

Zonder aarzelen zei ik: ‘Middelburg.’

Ze keek mij geschrokken aan, pakte mijn arm en zette mij in haar gele autootje. Naast haar, voorin.

‘Ik breng je naar huis.’

Niet eerder had ik in een auto gezeten. Verwonderd keek ik om mij heen. De huizen, de mensen en de bomen flitsten voorbij. Halverwege, bij Abeele, keek ze mij aan.

‘In welke straat woon je?’

‘Hudsonstraat 25 in Souburg, mevrouw.’ Zonder aarzelen dreunde ik het uit mijn hoofd geleerde adres dat klonk als een versje.

De vrouw gaf een ruk aan het stuur en het autootje draaide midden op de weg. Ze keek strak voor zich uit. Sprak niet meer.

Op de hoek van de Hudsonstraat, net voorbij het snoepwinkeltje zette ze mij uit haar auto. Ruw duwde ze mij voor zich uit, belde aan en vertelde mijn moeder dat haar kind een leugenaar was. Mijn moeder zei dat ik dit nooit meer mocht doen. Ik knikte en huppelde door de achterdeur weer naar buiten. Voor het eerst in mijn leven had ik in een auto gezeten. Een mooi geel autootje.

Fantasie en realiteit. Leugen of waarheid. Ik meng, mix en kneed ze tot columns, verhalen en gedichten en in juni verschijnt alweer het zevende boek, de roman ‘Ik lief je’.

schrijf een reactie