Wie ben ik? En hoe ontstond de roman ‘ik lief je’

 

IMG_5276

Ik ben schrijfster, schrijfcoach, moeder van prachtige dochters, en na vele omzwervingen in binnen- en buitenland woon ik na 45 jaar weer in Vlissingen aan zee. Hier aan de kust liggen mijn roots. Het leek mij een heerlijk vooruitzicht om iedere dag kilometers te lopen over het strand, de frisse lucht op te snuiven, het zout op mijn lippen te proeven en zoals Bløf zingt, te dansen aan zee! En natuurlijk zou ik hier als schrijfster urenlange schrijfsessies houden, zittend op een terras in de zon. Dit romantische idee verdween na de eerste herfststormen en slagregens waarbij ik tegen de wind in liep en ons kleine hondje uitliet. Vier keer per dag. Ik verwenste de hond en de weergoden. Ik vroeg mij af wat Vlissingen mij te bieden had en wat ik zou kunnen betekenen voor Vlissingen. De dagen regen zich aaneen. Iedere dag leek op de vorige en mijn inspiratie verdween.

Het was inmiddels november. Nicole, schrijfvriendin, belde en vroeg mij of ik mee wilde doen met het ‘NaNoWrimo’. Een initiatief om in 30 dagen een boek te schrijven. Elke dag een bepaald aantal woorden. We zouden dagelijks even bellen met de stand van het aantal woorden en elkaar bemoedigend toespreken. Ik kwam weer in de schrijfflow. In de pauzes liep ik langs de zee. Altijd dezelfde route, langs de witte toren van de Zeevaartschool, naar strandpaviljoen Panta Rhei, over de duinen en weer terug. Ik luisterde naar het gebulder van aan- en afrollende golven, het geschreeuw van de meeuwen, het gefluister van de wind. Mijn fantasie werd wakker gekust. De woorden, zinnen en verhalen stroomden. Ik ontmoette mijn personages en ze vertelden mij alles; hoe gelukkig en vooral ook ongelukkig ze waren, wat hun lievelingseten was, welke broek of jurk ze graag aanhadden, welk beroep ze hadden, met wie ze samenwoonden en hoe vaak ze seks hadden.

Het aantal pagina’s groeide en na zo’n achthonderd pagina’s besloot ik dat het tijd werd om op zoek te gaan naar de rode draad, naar het thema van de roman, want het was mij wel duidelijk dat het de bedoeling was dat hier een roman geboren wilde worden. Ik besloot te gaan herschrijven en dit deed ik rigoureus. Dertig pagina’s hield ik over. Van hieruit vertrok ik met een vraag. Ik las een artikel waarin stond dat wetenschappelijk bewezen is dat in de genen van ons dna, de trauma’s en het geluk getekend staan van onze voorouders. Ik stelde mijn personages de vraag: in hoeverre leven wij het leven van onze ouders, groot- en overgrootouders? Hoe origineel zijn wij dan nog?

Het laatste zetje om verder te schrijven aan de roman, kreeg ik tijdens de schrijfweken van Geert Kimpen en Christine Pannebakker. Er werd een deadline gesteld en een half jaar later zou mijn roman klaar moeten zijn! Ik liep nog steeds dagelijks langs het strand, voelde mijn inspiratie groeien en de toevalligheden regen zich aaneen. Het kleine grote geluk dat in mijn schoot geworpen werd was het strandhuisje. Ik kon hier 10 dagen schrijven en dit zorgde voor nieuwe verrassende personages.

Nu weet ik wat Vlissingen aan zee en ik elkaar te bieden hebben.

De roman ‘Ik lief je’